Drie types Septoria van dezelfde familie kunnen het graan aantasten:
De geslachtelijke vormen produceren ascosporen, de ongeslachtelijke vormen pro-duceren sporen.
De mogelijke bronnen van een infectie met Septoria zijn de stoppel, stro of geïnfecteerd zaaigraan.
De ascosporen en de sporen beginnen reeds aan hun offensief in het najaar. Deze vroege stadia zijn minder een probleem. Het is vooral de uitbreiding tijdens de strekkingsfase van het graan die van belang is en die sterk afhankelijk is van de weersomstandigheden.
In het voorjaar, onder vochtige omstandigheden, nemen de sporen het over en infesteren het ontwikkelende graan tot het einde van zijn groei, indien de vochtigheid dit toelaat uiteraard. Temperaturen tussen 15 en 25°C bevorderen deze aantasting nog. Ook de aren kunnen worden aangetast. Het verlies in opbrengst kan daardoor tussen de 20 en 25% zijn. Heel erg droge periodes stoppen dan weer Septoria-aantasting.
Septoria is een bladziekte met als kenmerkende symptomen bruine vlekken waarin er zwarte puntjes worden waargenomen, pycnidiën genaamd, die pycnidiosporen produceren die vrijkomen bij vochtig weer. De ontwikkeling van vlekken op het blad als-ook het verschijnen van de zwarte punten bevestigen dat het om Septoria gaat.
Het doel is om de laatste 3 bladeren van de plant te beschermen. Het zijn deze bladeren die het meest bijdragen aan de uiteindelijke opbrengst. Het laatste verschenen blad is het meest belangrijk.
Rasresistentie blijft de meest efficiënte methode maar deze is meestal van korte duur.